Categorie archief: Psychologie

Amper van invloed

Wij zuchten al langere tijd onder de gevolgen van een wereldwijde pandemie. Het moet voor mensen die over onze veiligheid beslissen zijn als rijden op de snelweg. Je wil veilig op de plaats van bestemming zijn, met zo min mogelijk oponthoud. Je hebt chauffeur die dan, erg langzaam gaan rijden, alsof het gevaar uit elke hoek kan komen. Je hebt er ook die, zonder gebruik van de driepuntsgordel, kris kras, plankgas over die snelweg racen, alsof ze alleen op de wereld zijn. Iedereen moet rekening met hen houden en achteraf zijn dat de mensen die jou vertellen dat het allemaal reuze meeviel.

Het bijzondere aan de maatregelen waar wij in ons land mee te maken hebben is dat ze nog wel eens veranderen. Opvallend is ook, maar wellicht is behoort dat bij onze traditie, vind iedereen er wel wat van, heeft iedereen er verstand van en bemoeid ook iedereen zich er mee. Alles met de beste bedoelingen natuurlijk. Onze regering gaat over werkelijk elke maatregel in bedat met de Tweede Kamer en als er geen meerderheid is voor een maatregel, dan wordt die maatregel net zo hard weer teruggedraaid. Waarschijnlijk vanuit de aanname dat iedereen de cijfers op waarde weet te schatten, krijgen wij dagelijks de dagkoersen voorgeschoteld. Een daling van het aantal besmettingen wordt met geluich ontvangen en wij eisen een verklaring op het moment dat een dag later het aantal besmettingen weer toeneemt. De sporters onder ons zouden toch moeten weten dat de prijzen pas aan het eind van het seizoen vergeven worden. Je kan bij de Winterstop er nog goed voorstaan maar aan het eind toch kunnen degraderen. Met een van mijn jeugdteam bij Robur et Velocitas stonden wij er medio November uitermate beroerd voor. Veel blessures, veel wedstrijden werden nipt verloren. Vanaf begin december, het team was toen pas compleet, werd er niet meer verloren en plaatsen wij ons aan het eind eenvoudig voor de nacompetitie. Wij werden net geen kampioen. Waarom wij ons zo blindstaren op die dagkoersen is mij een raadsel.

Iets anders waar ik mij hooglijk over verbaas is het feit dat sommige groepen nog steeds het idee hebben dat ze in een bubbel leven. Bijzonder is ook dat deze mensen dat ook hun bubbel noemen. Zij denken dat er een soort bescherminglaag over de groep heen te creeëren is waardoor niemand ziek kan worden. Dit is natuurlijk een eutopie. Sporters, want die leven in bubbels, wonen niet op een eiland. Ze komen thuis, doen ook boodschappen, doen soms wellicht nog een opleiding. De selectie van AZ werd zwaar getroffen door Corona en ook in de Giro moesten sporters na een besmetting naar huis. Het gaat in wedstrijden niet meer om de vraag wie nu het beste elftal, op het juiste moment, op het veld kan brengen. Het gaat er tegenwoordig om wie de mazzel heeft dat er geen selectiespelers ziek zijn. Wat zegt dit over de mate waarin de competitie eerlijk kan verlopen?

Meer dan terecht vroegen de topvolleyballers, hockeyers, basketballers, handballers in ons land zich terecht af waarom zij niet uitgesloten waren? Zij vroegen zich terecht af waarom er plots toch een uitzondering was voor het vrouwenvoetbal. In een pandemie, zoals waar wij nu midden in zitten, zou je verwachten dat er maar een uitzonderingsregel zou mogen zijn en die zou zuiver medisch moeten zijn. Ik vraag mij oprecht af of de keuzes die gemaakt zijn wel zuiver medisch zijn. Waar de overige sportbonden in het begin nog wel begrip op konden brengen voor de maatregelen en het zeer ‘m meer zat in de uitzondering die het voetbal andermaal innam, begint men nu te morren. De motivatie, er komen toch Olympische Spelen aan en wij willen daar toch ook goed presteren, kon ik nog inkomen. Het excuus vind ik echter bijzonder. Al moet ik zeggen dat ook dat geluid mij bekend in de oren klonk. Plots waren de sportbonden van mening dat de sporters geen risico zouden lopen. Wat zou er plots veranderd zijn? De horeca werd eerst gesloten, daarna troffen deze ondernemers allerlei voorzieningen, mochten de café’s en restaurants weer open, daarna werd alles weer gesloten en nu wordt geroepen dat mensen in de kroeg helemaal niet zo’n groot risico lopen. Als je er last van begint te krijgen, wordt er anders naar hetzelfde probleem gekeken. Er is verder niks veranderd. Mensen zijn nog niet gevaccineerd en ons land is inmiddels het Wuhan van Europa en toch zijn er overal van die groepen die plots denken dat ook zij in zo’n bubbel leven. Vroeger kende wij de Haagse kaasstolp. Een term voor Haagse politici die wat wereldvreemd besluiten namen, zonder ook maar enigzins het idee te hebben wat er in de samenleving leeft. Inmiddels heb ik het idee dat er in ons land wat meer van die kaasstolpjes neergezet zijn. Wij hadden er al een in Zeist en alsof de duvel er mee speelt staat er plots ook een in de buurt van Arnhem, op het Nationaal Sportcentrum. Alsof of de Olympus nog steeds de Goden wonen.

 

 

 

Ik heb het even gemist denk ik. Kom onder die kaasstolp vandaan. De snelste weg uit deze rotzooi is ons aan de regels te houden. De snelste weg uit deze rotzooi is om even geen uitzonderingen te maken en vooral niet te denken dat je een uitzondering vormt. Werkelijk iedereen kan ziek worden, bij werkelijk iedereen kan het verloop van deze ziekte ernstig verlopen en als je het geluk hebt dat jij alleen milde klachten hebt, dan nog kan jij dit rot virus doorgeven aan iemand die er dood aan gaat. Inmiddels zijn er vaccins ontwikkelt en heeft het Verenigd Koninkrijk zelfs al aangekondigd dat zijn nog dit jaar starten met het vaccineren. Het is nu zaak om nog even vol te houden en niet te roepen dat het jou niet kan overkomen en niet te bleren dat de Olympische Spelen of welk ander Toernooi belangrijker zijn. 

Geen uitzonderingen stock illustratie. Illustratie bestaande uit zegel -  109188668

Even een break

De competitie’s waren nog maar net begonnen. De voorronde van de beker nog niet eens afgerond. Inmiddels ligt alles echter al weer stil en als ik onze premier mag geloven voor de rest van dit jaar. In kleine groepjes wordt er nog wel getraind, maar een contactsport op ander halve meter, het is wat behelpen. Veel mensen die ik spreek snappen goed waarom dit nodig is, maar dit neemt niet weg dat ze het wel moeilijk vinden. Die trainingen zijn aardig maar dat voetballen op anderhalve meter, het blijft behelpen. De spelers die ik spreek hebben allemaal wel ouders, een opa of oma of dichterbij een jonger familielid die tot de doelgroep behoort. De verhalen over leeftijdgenoten die tegen alle verwachtingen in toch in het ziekenhuis belanden of erger nog op de IC, gingen tijdens de eerste golf nog aan hen voorbij, maar nu komt het toch dichterbij. Waar ik tijdens de eerste golf vooral zelf benauwd was ziek te worden maar alles toch op afstand aan mij voorbij leek te gaan, heb ook ik inmiddels in mijn directe nabijheid mensen die in het ziekenhuis opgenomen moesten worden en zelfs gedurende langere tijd op de IC verbleven. Het raakt je.

Tijdens een workshop over mentale fitheid ging het ook over het begrip energielek, met andere woorden waar loop je op leeg. Wat maakt dat al je energie in een keer kwijt raakt. Het bleek dat ik maar erg moeilijk kan tegen mensen die negatief zijn, die alles maar moeilijk en ingewikkeld vinden. Het bleek dat ik en dat staat hier bijna haaks op, het enorm fijn vind om te denken ik kansen. Wat is nog wel mogelijk? Wat kunnen wij nog doen, binnen de nieuwe kaders?

De krachtigste manier om meer positieve emoties te creeëren, om beter met tegenslagen om te kunnen gaan, is dankbaar te zijn met wat je nog wel hebt. Hoe vaker wij bewust stil staan bij wat er goed gaat, bij wat mooi is, hoe makkelijker er ook goede gedachten bij je naar boven komen.

Dit voorjaar, net voordat wij overspoelt werden door de eerste Corona, belandde ik in het ziekenhuis. Ik bleek diabetes te hebben. Aangezien ik ook een chronisch astmatische bronchitis heb, toch wel overgewicht en niet meer piep jong, behoorde ik plots tot de risicogroep. Door dat laatste raakte ik ook nog mijn baan kwijt. Alle reden zou je denken om kwaad te zijn, depressief te zijn, bij de pakken neer te gaan zitten. Ik moet bekennen dat dat mijn eerste reactie was. Ik was boos, kwaad, verdrietig om wat mij overkomen was, om wat mij was aangedaan. Het leverde mij echter niets op. Sterker mijn bloedsuikerwaardes ging tegen alles in, weer omhoog.

Ik ben daarna op de eerste plaats heel praktisch op mijn eten gaan letten. Doordat ik toch thuis zat, had ik alle tijd. Er werd zoveel mogelijk koolhydraatarme maaltijden gegeten. Ik ging weer sporten, voor de boodschappen niet met de auto maar gewoon op de fiets. Daarnaast ben ik een dagboek gaan bijhouden en, aan het einde van de dag, schreef ik telkens drie dingen op waar ik dankbaar voor was. Noem het zweverig en ik moet zeggen, ik zag het in het begin niet echt

Alles wat je aandacht geeft groeit. Geef je dus het negatieve aandacht, zal dat groeien. Geef je het positieve aandacht, dan zal dat groeien. Het aandacht geven aan positieve dingen is ook niet iets van ‘dat doe ik vandaag even, kijken of het werkt’. Het gaat om een onderhoudsdosering. Mag je dan niet stil staan bij zaken die je moeilijk en ingewikkeld vindt? O ja zeker wel, maar probeer ook altijd te blijven zien wat nog wel goed gaat.

Tijdens de eerste Coronagolf viel mij op dat heel veel mensen het moeilijk en vervelend vonden, maar dat men door had waarvoor die maatregelen nodig waren. Er onstonden ook allerlei initiatieven. Zo werden op Social Media allerlei challenges gedeeld, bekende en minder bekende sporters daagde hun volgers uit om thuis, in huis, of in de tuin te blijven oefenen, te blijven trainen. De uitdagingen hadden een oplopende moeilijkheidsgraad. Fantastisch!!! Voor mijn jongste zoon hielden de trainingen plotseling op en ook de competitie lag stil. Sterker hij is met zijn team kampioen geworden, gepromoveerd, terwijl de competitie niet eens meer is uitgespeeld. Hij heeft in die periode, echter zelf geen seconde minder gesport. Hij heeft thuis allerlei halters, trainingsbanden, een trainingsbankje en trainde zo’n beetje elke dag. Mijn dochter, in haar vrije tijd, werkzaam als personal trainer. Heeft geen seconde minder werk gehad. De personal training en de bootcamp werden vanuit de tuin verzorgd. De laptop op de tuintafel en al haar klanten deden in hun eigen tuin, woonkamer, de oefeningen mee. In plaats van een halter, een liter fles cola. Ik kan hier zo blij van worden. Het denken in mogelijkheden in plaats van onmogelijkheden.

In mijn vriendenkring was men tijdens de eerste golf nog redelijk actief. Er werd buiten getraind, met kleinere groepen. Er werd gekeken naar wat nog wel mogelijk was. Nu, tijdens deze Tsunamie, is het redelijk stil. Sommige zijn echt gestopt, alle activiteiten liggen stil. Van vrienden in de VS hoorde ik dat in sommige staten de activiteiten tot in Maart volgend jaar stil liggen. Er gebeurd helemaal niets meer. Bijzonder want weer andere trainers, in weer andere staten, proberen binnen de kaders wel tot activiteiten te komen.

Vanuit de Veiligheidskunde weten we dat veiligheid binnen zekere marges dient te verlopen. Veiligheid is geen lineair proces. Om te voorkomen dat je buiten deze marges komt spreek je veiligheidsmaatregelen af. Het dragen van mondkapjes, het houden van andere halve meter afstand. hygiënische maatregelen als het wassen van je handen, het in je ellebogen hoesten. Daar binnen is er van alles mogelijk. Als je doel is en blijft dat het gewoon moet blijven zoals het was, dan gaat dat voorlopig niet gebeuren. Een curve die ver buiten de de marge valt, waarbij heel veel mensen ziek worden, weer anderen zullen besmetten en mensen zullen overlijden, is een scenario dat niet veel mensen zullen wensen. Om het vol te houden, zou het te wensen zijn dat mensen wat meer zouden denken in mogelijkheden en wat meer dankbaar zouden zijn voor wat ze wel hebben.

De kracht van dankbaarheid • ActionCOACH

Klikspaan

Ik had vroeger een jongentje in de klas, die bij alles wat zijn klasgenootjes deden, wat eigenlijk niet mocht, het ging vertellen aan de juf. Negen van de tien keer had zij niets gezien, maar een melding van ongewenst gedrag in de ogen van Bas, zo heette het jochie, was voor haar aanleiding tot onderzoek. Je kan je voorstellen dat Bas niet populair was in de klas.

Nu zal ik de laatste zijn om te zeggen dat ongewenst gedrag gewoon moet kunnen. Als het echt schokkend was, prima dat Bas naar de juf liep. De eerlijkheid gebied mij te zeggen dat ik dat lef niet had. Of kon jij het wel hebben als je zusje het nodig vond om bij je moeder te melden dat jij een koekje uit de koektrommel had gepakt terwijl dat niet mocht. Ik was pislink.

Gisteravond keek ik de wedstrijd van Ajax tegen Bergamo. Het was een mooie wedstrijd. Veel strijd, het spel golfde op en neer. Ajax speelde goed en dat is, voor ons land, ook voor een niet Ajax supporter goed nieuws. Ik heb mij echter groen en geel geergerd aan het theatrale gedrag van enkele spelers van Ajax. Zo deed talent Traoré alsof hij bijna doormidden geschopt was door Gosens, waarna de scheidsrechter de bal op de stip legde. De kroon spande in mijn ogen Antony, die heel oprichtig om een kaart ging smeken nadat zijn directe tegenstander aan zijn shirt had getrokken.

Ik kan mij hier beoorlijk aan ergeren. Deze spelers verdienen niet alleen hun brood met deze sport en je zou dit als ongewenst gedrag kunnen beschouwen richting de tegenstander. Ze hebben ook een voorbeeld functie. Ook kinderen en jongeren kijken naar deze wedstrijd, zien deze spelers als hun helden, hun voorbeeld en laten dit ongewenste gedrag ook doodleuk op zaterdag tijdens hun wedstrijd zien. Ik ben vijf jaar leider geweest van selectie jeugdelftallen en het smeken om kaarten was meer dan normaal. Gewoon op staan, je tegenstander een hand geven, wie doet dat nog. Natuurlijk worden er ook keiharde overtredingen gemaakt en daar moet hard ingrijpen, maar laten we met z’n allen eens dat overdreven gedrag, dat theater, dat smeken om kaarten, eens aanpakken. In plaats van een strafschop had Traoré gewoon een krijgen en ook Antony was degene die even vermanend toegesproken had moeten worden door de scheidsrechter. Als Traoré en Antony nu de enige waren, helaas wekelijks zien bij dit theater op TV.
“Even blijven liggen, kermen van de pijn.” Dat wordt spelers al jong geleerd. Het probleem voor scheidsrechters is dat het verschil soms maar moeilijk te zien is. Wanneer is er serieus iets aan de hand en wanneer is het theater. Scheidsrechters laten ook regelmatig gewoon doorspelen, terwijl een speler serieus geblesseerd op het veld ligt.

In 1965 deed de psycholoog Albert Bandura – bekend geworden van zijn sociaal-cognitieve leertheorie – een klassiek geworden onderzoek. In dit onderzoek toonde hij aan dat mensen agressieve gedragingen imiteren. In het experiment kregen kinderen van vier jaar een filmpje te zien waarin een volwassene een pop agressief bejegende. De eerste groep kinderen zag dat de volwassenen achteraf werd beloond door een andere volwassenen. De tweede groep zag dat de volwassene de les werd gelezen en de derde groep zag dat het gedrag van de volwassene zonder gevolgen bleef. Na vertoning van de film werden de kinderen in de gelegenheid gesteld om te spelen met de pop te midden van ander speelgoed. De kinderen uit de groep die hadden gezien dat de volwassene werd beloond voor zijn agressieve gedrag, vertoonden meer agressie, dan de kinderen die hadden gezien dat de volwassene was terechtgewezen. Kortom, als kinderen zien dat ongewenst gedrag positief beloond wordt is er een grotere kans dat zij dit gedrag ook elders laten zien.

We Observe and Nothing Else. | Albert Bandura's Bobo the Clo… | Flickr

Als de UEFA met de KNVB in haar kielzog nu echt werk wil maken van Fair Play, pak dan heel concreet dit volstrekt ongewenste gedrag aan! Ik ben daar echter pesimistisch over. Enige mate van maatschappelijk verantwoord gedrag is bij deze sportbonden ver te zoeken, maar wellicht komt het ooit goed. Dicherbij huis hebben trainers en clubs hier natuurlijk ook een taak. Ik prijs mij gelukkig, als elftalleider samengewerkt te mogen hebben met trainers die wars waren van theatraal, aanstellerig gedrag en helemaal het zeuren om kaarten. Gewoon wisselen ….

Theater Granada irriteert PSV'ers: 'Maar we hadden slimmer moeten zijn' |  NU - Het laatste nieuws het eerst op NU.nl

Vernederd, gespuugd en geslagen

Het zal ergens begin jaren 80 van de vorige eeuw zijn geweest. De Jong Oranje volleybalmannen trainde in die tijd op Papendal en een van mijn teamgenoten zat bij de selectie. In die ben ik, als net startende trainer, wezen kijken bij Jong Oranje. Ik wilde wel weten hoe zij trainde. In een ander deel van hetzelfde complex bleek de turnhal te zitten. Het leek een grote speeltuin met een grote bak met piepschuin vlak voor de tribune. In de hal trainde erg jonge meisjes, basisschoolleeftijd, niet ouder. De meisjes waren druk met de voorbereidingen op WK en Olympische Spelen, zoveel werd duidelijk uit de gesprekken die je op de tribune kon meekrijgen. Ik vond dat best bijzonder. Wat ik ook bijzonder vond waren de schriftjes die al die meisjes hadden en waar ze, na een training van alles in schreven. Het was allemaal best serieus, hele jonge meisjes in volle ernst bezig met de voorbereiding op de Olympische Spelen. Ik kon echter  toen niet vermoeden wat er afgelopen week over deze sport, over deze meiden misschien wel, naar buiten zou komen.

Al weer enkele maanden geleden, het was begin oktober, zag ik de 2Doc Turn. Een documentaire over fanatieke turnouders en gewetenloze trainers. Mijn Twittertimeline explodeerde. Mensen spraken er schande van, sommigen konden de documentaire niet afkijken, zo erg vonden ze het geen getoond werd. Huilende kinderen en ouders en trainers die vonden dat het kind nog niet hard genoeg z’n best deed. Mij verbaasde vooral die ophef, want kwam dat fanatieke gedrag, die gewetenloze trainers, voor wie een kind niet meer is dan materiaal, niet in alle takken van sport voor? Stonden die fanatieke vaders niet ook langs het voetbalveld? Ik schreef er destijds ook blog over. Zo snel als de storm opstak, zo snel was het ook weer over. Turn was al snel een vergeten documentaire, tot afgelopen week.

Afgelopen week was daar het interview met Top turncoach Gerrit Beltman. Beltman vertelde in het verleden turnsters, kinderen, te hebben geslagen, mishandeld. Hij intimideerde, manipuleerde, kleineerde en maakte zijn pupillen monddood.

Köhler en Heitinga, twee vrouwen die als kind door hem getraind waren, schreven in 2013 het boek De onvrije oefening, waarin zij uitgebreid en gedetailleerd zijn misdragingen opsomden. De oud-turnsters schetste een onthutsend beeld van een brute coach, zonder mededogen, die zowel fysiek als mentaal de grenzen van het toelaatbare ver overschreed. Beltman reageerde, destijds, in het geheel niet op dit boek, zo is te lezen in een artikel in het NRC. Tot afgelopen week.

Tenminste zo leek het, want ook in het laatste interview bagetaliseert hij zijn gedrag. Het was een andere tijd en ja hij had er van geleerd en zag geen enkele grond om niet gewoon aan de slag te blijven als turntrainer. Beltman stoorde zich aan het beeld dat hij de enige was en pleitte voor een cultuuromslag bij de KNGU. Hij werd op zijn wenken bediend want in de slipstream van Beltman werden ook huidige bondscoaches Wevers en in mindere maten Wiersma beschuldigd van ongewenst gedrag. In een artikel in het Algemeen Dagblad vertelde oud turnster Goedkoop als jonge turnster in Oldenzaal door Wevers te zijn geschopt en geslagen en op dagelijkse basis te zijn gekleineerd. Oud-pupillen van Wevers Wyomi Masela en Ayla Wilbrink zeiden zich deels te herkennen in het verhaal van Goedkoop, maar niet waar het ging om fysieke mishandeling.

Alleen de nuance al, het kleineren kwam dagelijks  voor, maar de fysieke mishandeling was niet voor iedereen. Ook de dochter van Wevers benoemd dat zij met name het fysieke deel niet herkent. Wevers wordt gewoon als streng ervaren, zoals een gewone vader.

Een Friese turnster beschreef dat ze elkaar na de training gewoon een hand gaven. Zij zag hem meer als een tweede vader. Nu ben ik misschien geen goede vader maar volgens mij is streng is niet synoniem aan kleineren en vernederen. Bij fysieke mishandeling is menig vader uit de ouderlijke macht gezet. Als verklaring wordt genoemd dat deze trainers de trainingsmethoden uit het voormalig Oostblok en China copieërde omdat zij dachten dat dit nodig was voor het neerzetten van prestaties.

De algemeen directeur van de KNGU gaf in OP1 aan dat ongewenst gedrag moeilijk bewijsbaar is. Wat is nu grensoverschrijdend is moeilijk vast te stellen.
Ik ben begin jaren 90 van de vorige eeuw afgestudeerd op het toepassen van dwangmiddelen binnen de ouderen psychiatrie. Ouderen werden daar dagelijks nog in bed gefixeerd, achter een plankje in een stoel gezet, alles om te voorkomen dat mensen zouden gaan lopen en, in het verlengde, zouden vallen. Daar moest altijd een melding van worden gemaakt en telkens werd dan aangegeven dat de cliënt geen bezwaar had. Ik vond daar wel wat van, want was huilen, verdrietig kijken, niet óók een signaal? Het moment dat ik had aangegeven dat ik onderzoek wilde doen naar dit onderwerp werd mij dit door, notabene de opleiding, afgeraden. Het zou namelijk een nogal gevoelig onderwerp zijn.

Bij de KNGU wisten ze van de hoed en de rand, zou je denken. Een tweetal ex turnsters hadden al een boek uitgebracht over deze manier van training geven en ook de een inmiddels oud bestuurder had, naar aanleiding van een eerder onderzoek, al aan de bel getrokken.

De directeur van de KNGU benoemde dat er best al wel dingen waren veranderd. Vroeger kreeg als kind puntenaftrek als je een broekje onder je turnpakje droeg. Ik moest terug denken aan de balletjuf van mijn dochter. Zij danste bij Danstique en onder een balletpakje mocht echt helemaal niets. Zij kreeg als kleuter ook geen kleurplaat toen ze bij Ariël de kleine Zeermeermin aan de kant bleef zitten en in tranen opbiechte dat ze nog niet kon zwemmen, nadat de balletjuf vertelt had dat de hele vloer een diepe oceaan was. Bijna griezelig en dan bedoel ik niet de oceaan.

Is de grens niet gewoon het kind? In Turn zagen wij een jochie die, in tranen, nog even geholpen werd met het actief stretchen. Wie de top wil halen moet pijn leiden, zoiets zal het zijn.

Wevers kwam recent met een verklaring naar buiten. Hij ontkent dat hij turnsters geschopt en geslagen heeft. Het andere deel, het geestelijk mishandelen, dat vind hij, met de kennis van nu, niet goed. Het wegen van jonge meiden was met terugwerkende kracht niet goed. Ergens lijkt er een gat tussen het wat de turnsters verklaren en het geen wordt benoemd. Het onderzoek van de KNGU, dat is aangekondigd, zal daar wellicht uitsluitsel over geven. Wij moeten dit even afwachten daar met eerdere onderzoeken, zo lijkt het, weinig meegedaan is.

De ontboezemingen en de reacties volgen elkaar in rap tempo op. Aan de ene kant is dit schokkend, aan de andere kant is dit ook wel goed. Er kan nu over gesproken worden en wellicht leidt dit tot veranderingen.

De KNGU ligt onder vuur. Iedereen buitelt over elkaar heen. Ik vroeg mij af of het bij andere sporten echt zo veel anders is. Het turnen is al heel lang een sport waarbij kinderen op hele jonge leeftijd op top niveau moeten presteren. Zij waren daarin destijds vrij uniek. Toen ik, ik zat destijds ik de 6e klas, ging volleyballen moest ik eerst maar een jaartje trainen. Volleybal was zo’n moeilijke sport. Eerst maar de sport leren, wedstrijden kwamen later en in die wedstrijden ook nog eens prestaties neerzetten kwam daarna. Met het circulatie volleybal werd de drempel lager en werd het spelen van wedstrijden eenvoudiger en werd ook de grens waarop prestaties geleverd moesten worden lager. Ik weet nog dat ik, nu al weer lang geleden, een artikel schreef over het team dat ik trainde. Een damesteam waarin naast enkele moeders van rond de 30 ook een tweetal meisjes uit groep 8. Talenten, dat zonder meer, maar het verschillen in de belevingswereld tussen de moeders en de meiden die vlak voor hun Cito toets stonden waren enorm. Ik zette daar wel vragen bij. Inmiddels is het doorselecteren de normaalste zaak van de wereld.

In het voetbal was men lang wars van doorselecteren. Spelers moesten alle fasen doorlopen. Daarop was één uitzondering, al het ‘talent’ dat vroeg selecteert zijn weg vond richting een of andere betaald voetbalclub. Enkele weken geleden kopte het Sport voetbalmagazine dat het verontrustend was wat wij kinderen aan deden. In een lezenswaardig artikel zette Michel Bruijnickx uit een wat er allemaal mis was in het voetbal. Daarbij had hij het niet eens over die schreeuwende en coachende trainers. Daar moeten kinderen maar mee leren omgaan, hoor ik vaak langs de lijn. Als je de top wil halen moet je mensen als Derksen van Gijp maar laten wel gevallen en je kan er niet vroeg genoeg mee beginnen, het afzijken, het kleineren van jonge kinderen. Aan de ene kant plaatsen wij in het voetbal talentjes mega snel op een voetstuk maar als het even tegenzit wordt dat voetstuk met dezelfde snelheid ontmanteld.

Echt trainers, van de oude stempel, zoals in het turnen, je komt ze overal tegen. Natuurlijk wordt in trainerscurussen aandacht besteed aan zoiets als positief coachen, aan de pedagogiek van de sport. Toch kom je ze nog tegen, trainers die een kind dat minder goed is, ook minder laten spelen. Je komt ze nog tegen, trainers die in een TC vergadering gewoon beloven dat een minder talentvol kind, voor de kerst de vereniging verlaten heeft. Zijn wij het het volleybal, in het voetbal, veel beter? Durven wij kritiek te leveren op de turnsport en daarbij tegelijkertijd met opgeheven hoofd in de spiegel te kijken?

 

 

 

Wat wij kinderen aandoen

Wat wij kinderen aandoen

In juni van dit jaar kopte het Sport voetbalmagazine:

‘Het is erg verontrustend wat wij kinderen in het voetbal aandoen’

Schrijver van dit, op zich lovenswaardig artikel, was voetbaltrainer en pionier op het gebied van het Breincentraal leren, Michel Bruijnickx. Hij vraagt zich af of het nog langer verantwoord is om wetenschappelijke knowhow met zo’n positieve impact op het leven van kinderen links te laten liggen.

Het artikel volgt dan met verwijzing naar artikelen waarin duidelijk wordt gemaakt dat het rendement van de jeugdopleiding in België erg laag is. Daar komt bij dat zelfopgeleide spelers in België, in vergelijking met andere topcompetities erg weinig speeltijd krijgen. Overal in Europa worden de noodklokken geluid. In Duitsland heeft Bayern Munchen, zo vertelt Bruininckx, een deel van zijn jeugdopleiding opgedoekt en werden er in 2019 overall, maar liefst 3450 minder jeugdteams ingeschreven. Bruijnincks verwijst vervolgens naar Gary Lineker, die in Engeland al langer waarschuwt voor de negatieve sfeer in het jeugdvoetbal. In het artikel waar naar verwezen wordt gaat Lineker  niet van leer tegen de clubs maar tegen de ouders die volgens hem gewoon hun kop moeten houden en kinderen niet zo moeten pushen.

Lees de rest van dit bericht

%d bloggers liken dit: