Uitstellen van behoeftes

“Ik ga even boodschappen doen. Ik ben zo terug. In de kast staat koektrommel, maar die koekjes zijn voor vanavond. Daar mag je niet aankomen!! Ik weet hoeveel koekjes er in de trommel zitten!”

Een bekende dialoog, wellicht. Negen van de tien keer dat er koekjes gegeten zijn als je terug bent. Er is niets zo leuk, dan iets doen wat je eigenlijk niet mag. Ik gebruikte nog wel eens een trucje.

“Als ik terug kom, drinken we een kopje thee en dan krijg jij een koekje en misschien wel twee, maar dan moet je er, als ik even naar de winkel ben, niet aan komen.”

De truc van de uitgestelde beloning. Vertrouwen, zicht op de lange termijn en zelfdiscipline zijn belangrijke componenten, van wat men ook wel de emotionele intelligentie noemt. Als ik echter regelmatig een koekje beloof, maar deze daarna niet geeft, of als ik altijd een koekje beloof als mijn kind van de koektrommel afblijft als ik er even niet ben, dan heeft dit trucje een beperkte houdbaarheid.

Overigens is geen enkel mens in staat om zich op een gezonde en gemotiveerde wijze in te spanne als hij in het ongewisse blijft over het waarom, waartoe en waarheen en bovendien in een voortdurende actieve staat van bedreiging moet verkeren,”  aldus Susanne Piët, in het boek Emotiemanagement.

De psycholoog Daniel Coleman zette het onderwerp, Emotionele Intelligentie (EQ), op de kaart. Volgens hem is EQ gebaseerd op 5 fundamenten:

  1. Zelfkennis: Het (her)kennen van de eigen emoties
  2. Zelfmanagement: Het managen van je eigen emoties
  3. Motivatie: Het gebruiken van je eigen emoties ten dienste van een doel
  4. Empathie: Het herkennen van emoties bij anderen
  5. Sociale Vaardigheden: Het managen van emoties bij anderen.

Langs de lijn van willekeurig welk sportveld kom je ze nog wel eens tegen. Coaches die achter uit de strot gaan tegen spelers. Op het veld kom je ze ook tegen, bosjes vlooien, direct commentaar op de scheidsrechter, ruzie met de tegenstander. Emotie hoort bij sport, maar het is goed om daar, als het even lukt wat om te sturen.

Emotie kan ook zeker bewust worden ingezet. Het kan helpen om boos op iemand te zijn, omdat je weet dat dit iemand aan het denken zet. Hierbij is het wel fijn als je dan ook de emotie die dit bij de ander oproept kan herkennen en daar dan ook op weet te acteren. Ik ben ooit een trainer van een regioselectie tegengekomen die tegen al zijn spelers achter uit de strot ging. De jongens deden niet wat hij wilde, de oefening liep niet, ze liepen in zijn ogen de kantjes er vanaf en de technische uitvoering liet te wensen over. Op mijn vraag of zijn aanpak ook voor alle spelers het gewenste resultaat had antwoordde hij dat hij geen rekening kon houden met de individuele gevoelens. Dat het met de training niet veel beter ging is bijna een open deur.

In de sport zijn wij van het snel klaarkomen. De behoefte moet bevredigd worden en wel snel. Het gaat om winnen van wedstrijden, liefst elke wedstrijd en als dat niet lukt, toch in ieder geval de volgende. Ontwikkeling wordt ook gezien als winnen van je tegenstander, in plaats van zelf beter worden dan dat je gisteren was. De trainer die zijn of haar behoefte kan uitstellen tot ruim na het lopende seizoen moet nog geboren worden. Als wij onze behoefte niet op de korte termijn kunnen bevredigen gaat de emotie spelen. Dan worden wij boos, zijn wij zwaar teleurgesteld, wijzen wij naar anderen, de tegenstander, de scheidsrechter, het veld, de zaal. Emotie die niet direct gemanaged wordt, die wij niet echt onder controle hebben. Wij schieten er niet veel mee op, alleen misschien dat wij het kwijt zijn.

Mensen die succesvol zijn in onze samenleving zijn over het algemeen mensen die juist hun behoefte uit kunnen stellen. Mensen die met geduld naar een doel kunnen werken. Mensen met een blik tot voorbij de horizon. Mensen die positief denken over de toekomst. Deze mensen zijn empathisch, kunnen goed luisteren en staan open voor feedback. Zij begrijpen goed wat de ander bezig houdt en zijn hierdoor in staat om beter samen te werken. Tot slot zijn zij juist omdat zij werken vanuit die lange termijn, juist omdat zij positief denken, empathisch zijn, open staan voor feedback en goed kunnen samenwerken, erg stressbestendig. Zij zijn niet snel nerveus en kunnen goed omgaan met tegenslagen.

Nu kan ik in een seizoen alle wedstrijden winnen. Ik kan met afstand kampioen worden, puur en alleen omdat al mijn tegenstanders dramatisch slecht zijn. Ik kan ook alle, of vrijwel alle wedstrijden verliezen. Ik kan rechtstreeks degraderen, dan wel via de nacompetitie eruit vliegen. Gewoon omdat mijn tegenstanders beter zijn. Je kunt dus kampioen worden en niet beter geworden zijn. Je kunt ook enorm veel beter geworden zijn en toch alle wedstrijden verliezen. Mateloos frustrerend? Voor mensen die hun behoefte kunnen uitstellen. Mensen die een dergelijk ervaring in perspectief kunnen plaatsen is dit niet meer dan een fase in het proces.  Trainers die spelers belonen, maar hier wel selectief mee omgaan. Trainers die hun spelers leren dat winnen gaat over zelf beter worden. Als trainers in staat zijn om ondanks het verlies de progressie te zien, dan ga je stappen maken.  Top coaches zijn niet de coaches die altijd winnen, de echte topcoach is de coach die nooit verliest.

Advertenties
Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Brede motorische ontwikkeling

Het was ergens in de vorige eeuw dat ik een clinic van de Nederlandse Vereniging van Volleybal Oefenmeesters bijwoonde.  Speker, entertainer van de dag was Emile Roussaux. Wat mij bijstaat, naast dat de man echt een magnifieke humor heeft, dat hij vertelde dat hij eigenlijk uit het niets Belgisch international was geworden. Nu zal dat ‘uit het niets’ wel met een flinke korrel zout genomen moeten worden. Het ging meer over de achterliggende gedachte. Rousseaux vertelde op een boerderij groot te zijn gebracht. Hij speelde daar, klom in bomen, sprong over slootjes, hielp af en toe wat mee, maaien, hooibalen op de wagen. Hij concludeerde dat hij door al dat spelen en helpen op de boerderij, zich misschien heel veel motorische vaardigheden had eigen gemaakt, die later van pas kwamen in het volleybal. Een brede motorische ontwikkeling. In de bewegingsschool te Grimbergen heeft hij de boerderij als het waren naar binnen gehaald. Bij gebrek aan buitenspelen, aan ruimte misschien, moet het dan maar georganiseerd worden. De basis is een brede motorische ontwikkeling.

Lees verder

Geplaatst in Beleid, Spelplezier, Sport, Talentontwikkeling, Trainen, voetbal, Volleybal | Tags: , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Welkom

Ik was een jaar of 12, ik zat nog in de brugklas, toen ik lid werd van een volleybalvereniging. De sportzaal was aan de andere kant van de stad. Op mijn fietsje door de avond. Ik had er zin enorm veel zin, maar ik vond het ook spannend. Ik zie altijd op tegen iets nieuws. Ik kende de trainer niet, ik kende geen enkele speler, ik wist zelfs niet eens precies waar de zaal was. Ik was dan ook te laat. Voor de hal veel fietsen, de deur dicht en binnen werd er duidelijk al getraind. Er is niets zo vreselijk als te laat komen op je aller eerste afspraak. Ik ben die avond dan ook omgekeerd, naar huis gefietst en thuis vertelt dat ik de zaal niet kon vinden.

Twee dagen later, een nieuwe kans. Vroeg van huis, om niet nogmaals te laat te komen.
Ik wist nu waar ik moest zijn en bleek nu de eerste in de zaal. Nadat ik omgekleed was liep ik de zaal in, pakte een bal en ging tegen de muur wat in slaan. Ik was hier druk mee bezig, tot dat iemand mij op mijn schouder tikte. Ik schrok, draaide mij om. Voor mij stond een glimlachende, oudere man. Daar waar ik vandaan kom stellen wij ons altijd eerst even voor. Ik ben Jelle. Jij moet Bert zijn. Ik heb je gemist afgelopen maandag, was je ziek?
Ik vertelde dat ik het niet kon vinden, dat ik al wel voor de deur stond maar niet meer naar binnen durfde te komen. Hij begreep het. Wie heeft dat niet? Wie vindt iets nieuws doen, kennismaken met een nieuwe groep, een nieuw team, nieuwe collega’s niet spannend?

Zo’n eerste dag, die eerste periode, zit je met allerlei vragen. Wie zijn mijn teamgenoten, collega’s? Wat zijn dat voor mensen? Zijn ze aardig of niet? Zijn ze te vertrouwen, of niet? Wie is heeft de leiding in de groep of wie neemt de leiding in de groep? Wat zijn de afspraken binnen het team en wat als ik mij daar niet in kan vinden of niet aan houdt? Een trainer, een leidinggevende, heeft in deze fase een belangrijke rol. Is een team volledig nieuw, dan dient hij het kader duidelijk te maken. Hij bepaald, in die begin fase wat er gebeurd, wat de regels zijn. Dit blijft natuurlijk niet zo. De trainer zal ergens, snel na de start van de groep met zijn team om de tafel moeten gaan zitten. Niet om zijn regels nog eens te bevestigen, maar met het team de afspraken maken. Afspraken die uit het team komen en door het volledige team gedragen worden.

Is iemand nieuw in de groep dat zal de trainer, de leidinggevende, degene moeten zijn die diegene wegwijs maakt in het team. Hij zal hem moeten informeren over de afspraken. Wellicht is enige duiding, hoe zijn de afspraken ontstaan, ook goed. Een nieuwe speler zal zijn eigen weg moeten vinden, maar zeker in die begin fase is duidelijkheid, antwoorden op de vragen die er leven belangrijk.

De eerste fase binnen een nieuwe groep zijn zeer bepalend voor het verdere verloop. Overigens net als het afscheid van een groep. Iemand neemt de ervaring uit een team mee naar een volgend team. Is de ervaring met het team slecht, is een speler gepest, buiten gesloten dan zal hij ook in een nieuwe groep op zijn hoede zijn. Dit doet het vertrouwen in de anderen niet goed. Ook als deze mocht stoppen, besteed aandacht aan het afscheid, dit is gratis feedback waar je als trainer, als vereniging wat mee kan! Omgedraaid, als een speler de ruimte kreeg om zich onaangepast te gedragen dat neemt hij ook dat mee. Hij heeft dan geleerd dat dit gedrag loont, wat gevolgen heeft voor een volgende groep.

Wij stappen hier vaak over heen, wij gaan gewoon maar meteen aan de slag. Kennismaken en afscheid nemen zijn een heel belangrijke fase in het groepsproces en zou meer aandacht moeten krijgen!

 

Geplaatst in Beleid, Groepsproces, ongewenst gedrag, Pesten, Psychologie, Spelplezier, Sport, Vertrouwenspersoon, voetbal, Volleybal | Tags: , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

De Palingkweker

Aan de vooravond van de wedstrijd van Oranje tegen Wit-Rusland liet de NOS Huub Stevens aan het woord. Stevens geeft zijn visie op de staat van Oranje. In niet mis te verstane woorden fileert hij de Hollandse School. Stevens heeft er ook geen vertrouwen meer in dat Oranje zich gaat plaatsen voor het WK. Volgens Stevens gaat het al mis bij de jeugd.

“Techniek trainen? Uitstekend, maar wel onder weerstand. Dan werk je ook aan de mentale weerbaarheid.”

In het volleybal kende wij, kort door de bocht, twee scholen. Zo had je daar de verenigingen die geheel volgens het onderwijsmodel zeer planmatig werkte, jaarplannen kende, soms zelfs inclusief de 10 minuten gesprekjes. Het model waarin kinderen alle leeftijdsniveaus moesten doorlopen omdat dit goed voor de ontwikkeling was. Kinderen speelden met, als ook tegen leeftijdsgenoten. In de reguliere competitie deden deze teams het fantastisch, ze wonnen alles. Zij presteerde ook goed tijdens de gesloten club kampioenschappen. Bij de open club kampioenschappen, het Nederlands kampioenschap waar de teams weliswaar op leeftijd waren ingedeeld maar de spelers/speelsters ook in hogere teams mochten spelen zag je deze teams niet meer terug.

Lees verder

Geplaatst in Beleid, Coachen, geboortekwartaaleffect, groei mindset, Peakperformance, Psychologie, selecteren, Spelplezier, Sport, Talentontwikkeling, voetbal, Volleybal | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Divide en impera

‘Divide en impera’, verdeel en heers, een spreuk die aan Phillippus II van Macedonië wordt toegeschreven. Phillippes leefde van 382 tot 336 voor Christus. Philippus zou deze tactiek van verdeel en heers hebben toegepast tegen de Griekse stadstaten. Hoewel deze tactiek aan Phillippus wordt toegeschreven, is het ook in de eeuwen die volgde een zeer gangbare tactiek gebleken. Zo bleek het in de koloniale politiek van de Europese landen een zeer bekende werkwijze. De tactiek houdt in dat de ene concurrent meer rechten krijgt dan de andere concurrent. Hierdoor zal er nooit vriendschap ontstaan tussen hen beiden en hoeft de derde partij, diegene die deze tactiek gebruikt, niet te vrezen dat de eerste twee samen tegen hem zullen optreden. Goscinny en Uderzo werken deze werkwijze geniaal uit in hun meesterwerk ‘Asterix en de Intrigant’ Het Gallische dorpje bood lang weerstand tegen de heerschappij van Ceasar.  Ceasar wilde hier voor eens en altijd een einde aan maken. De Galliërs stonden bekend om de nauwe samenwerking en de eendracht. Ceasar kreeg, zo gaat het verhaal, de tip om die samenwerking te ondermijnen met behulp van een onruststoker. Als de helden uit het kleine dorpje aan de kust niet meer eendrachtig ten strijde zouden trekken, zou het gedaan zijn met het dorpje en behoefde Ceasar niet langer te vrezen. Al op weg naar Gallië zorgde Cassius Catastrofus voor chaos. Een piratenschip ging naar de haaien. Niet omdat zij aangevallen werden, maar door onenigheid onderling. Eenmaal in Gallië blijkt dat Catatrofus zijn werk verstaat. Het duurt niet lang voordat in het dorpje aan de kust, niemand elkaar meer vertrouwd, oude vetes weer boven tafel komen en de slagvaardigheid van de Galliërs hand over hand afneemt. Het gaat zelf zo ver dat dat de Romeinen op het punt staan het dorp in te nemen. Net op tijd zagen de Galliërs in dat zij alleen dan zouden kunnen overwinnen als zij de rijen zouden sluiten. Uiteindelijk had deze, destabiliserende werkwijze, maar een korte houdbaarheid. Uit de geschiedenis weten wij dat dit niet alleen een verzinsel was uit het brein van Goscinny. Hoewel het een vrij gangbare tactiek was en is, zeker wanneer je onzeker bent over je eigen handelen, is het veelal een tactiek die vroeg of laat tegen je gaat werken. Wat wel een feit is, is dat het, zolang het werkt, je weinig tot geen tegengeluid behoeft te verwachten.

Lees verder

Geplaatst in Coachen, Groepsproces, Pesten, Spelplezier, Sport, voetbal, Volleybal | Tags: , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Slimme jochies

Talenten zijn kinderen die iets snel doorhebben. Kinderen die aan weinig aanwijzingen genoeg hebben. Kinderen die leergierig zijn, die weten waar het over gaat, die geconcentreerd aan het werk zijn.”

Zo klaar als een klontje. Toen ik dit hoorde, dacht ik, ‘Ja, dat zijn onze talenten’
Zet alle high archievers bij elkaar en zie hier, het probleem van de teloorgang van het Nederlandse voetbal is opgelost. Als ervaringsdeskundige ouder en dan heb ik het even niet over sport, moest ik direct denken aan de definitie uit het boek Gifted Children: Myths and Realities van Ellen Winner:

“An insistence on marching to their own drummer – “Gifted children not only learn faster than average or even bright children but also learn in a quantitatively different way.

Begaafde kinderen leren niet alleen sneller, maar ook op een andere manier. Soms doen deze kinderen iets, ze weten het antwoord op bijvoorbeeld een som, maar hebben geen idee hoe ze hier nu toe komen. Soms weten ze prima wat ze doen en waarom ze iets doen, bijvoorbeeld weer die som, maar snapt de omgeving werkelijk niet hoe ze hier nu toe komen. “Ja, maar zó heb ik je dat niet geleerd,’ krijg zo’n kind dan te horen.

“A rage to master – “Gifted children are intrinsically motivated to make sense of the domain in which they show precocity.”

Deze kinderen zijn intrinsiek gemotiveerd om bezig te zijn met waar zij in uitblinken.
Ook dit is, voor mij als ervaringsdeskundige ouder, zó herkenbaar. Een hoogbegaafd kind dat goed is in biologie, zal ook tot op het bot gemotiveerd zijn om daarin uit te blinken. Het zal een groot deel van de dag hiermee vullen. Een kind dat uitblinkt in voetbal, dat hier ook wel talent voor heeft, zal veel van zijn of haar tijd bezig zijn met voetbal. Dit laatste hoorde ik begin ’97  voor het eerst op een symposium Sportpsychologie en Mentale training in Utrecht. Dat ik daar was had een reden. Ik vond het een waanzinnig interessant onderwerp, maar ik was ook zoekende op het terrein van het thema kinderen met talent.

Inmiddels ben ik afgehaakt. Gifted Children leven niet in een glazenbol. Ze staan met twee benen in onze maatschappij. In een wereld die hen regelmatig niet begrijp. In een wereld die zij soms niet begrijpen. Soms blinken zij uit, als de omgeving uitdagend is en ze niet bij het minste geringste neergesabeld worden. Soms kunnen deze kinderen ook onder het verwachte niveau presteren, omdat ze de kop niet boven het maaiveld willen uitsteken of alleen omdat zij denken dat de omgeving dat van hen verwacht.
Als niemand het ziet, zal het ook wel niet de oplossing zijn.”

Hoogbegaafde kinderen kunnen drummen wat ze willen, in harmonie met anderen is het vaak een stuk leuker.

Hoogbegaafdheid is niet een statisch begrip. Het is eigenlijk een werkwoord. Je hebt ergens aanleg voor, maar je moet je wel onderhouden. Nu lijkt dit ingewikkelder dan het is, want waren deze talenten niet al intrinsiek gemotiveerd voor het geen hen drijft? Toch is ook de omgeving belangrijk. Niemand functioneert in het luchtledige. Wat doet een groep met die ene speler die nog even door wil trainen, zich zelf wil verbeteren? Is dat gewoon top of is dat een uitslover die je maar het beste buiten de groep kan plaatsen?

Het was ergens in de jaren 70 van de vorige eeuw, dat ik een artikel las waarin stond dat een groot deel van de kinderen in het speciaal onderwijs geboren was in slechts een beperkt aantal maanden. Namelijk de maanden kort voor de peildatum. Het kon aan mij liggen, maar dat vond ik vreemd. Waarom waren de kinderen geboren in die maanden dommer dan de kinderen geboren in de eerste maanden na de peildatum? Eigenlijk bleek alles te maken te hebben met de wijze waarop wij met een groep omgaan. Wij zijn maar moeilijk in staat om per kind, te beoordelen wat iemand presteert. Het moet altijd, op een of andere manier, vergeleken worden. Hoe groter de spreiding van leeftijden in de groep, hoe groter ook de kans dat kinderen buiten de boot vallen die misschien, op de langere termijn misschien wel veel meer in hun mars hebben. Wij kiezen vaak voor de oudere kinderen. Iets met leeftijdsdiscriminatie, op jonge leeftijd.

In de sport zijn de groepen vaak nog ‘twee jaars groepen’, waardoor de spreiding nog groter wordt. Een geboortekwartaaleffect ligt op de loer. Gaan wij die high archievers dan überhaupt wel opmerken? Of zien wij nog steeds die kinderen die op het oog alles snel doorhebben, maar wel twee jaar ouder zijn dan dat snotjochie dat er even iets langer over moet nadenken en nog zo speels is?  Ik las laatst een tweet waarin, ik denk een vader, na de 0-10 winst van het een Jo-O9 team, schreef dat het team de focus goed had. Ik dacht, hoezo de focus goed? Leuk dat je met zulke cijfers wint, maar hallo hoe oud zijn die kinderen? Wij hebben het dan over 7 en 8 jarige. Gaat het bij deze kinderen dan om een goede focus of hoort spelplezier belangrijk te zijn? Zijn dit dan de talenten waar ons land op zit te wachten? De tegenstander had een stuk minder leuke ochtend, vermoed ik, maar  wat zegt deze uitslag. Misschien zijn deze kinderen wel een stuk talentvoller, misschien wat jonger, misschien iets minder focus, maar hoort dat niet bij deze leeftijd?

Iemand die dag in dag uit, seizoen in seizoen uit, tegen teleurstellingen aanloopt, haakt vroeg of laat af. Dat kunnen echter wel, op de langere termijn, dé toptalenten die ons land nodig heeft. Alleen komen wij daar nóóit meer achter.

 

Geplaatst in Beleid, Coachen, geboortekwartaaleffect, Psychologie, selecteren, selectietraining, Talentontwikkeling, Trainen, voetbal, Volleybal | Tags: , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Alles draait om winnen

Na het debacle tegen de Fransen, werd tegen de Bulgaren de laatste strohalm gegrepen. Tenminste dat moesten wij allemaal geloven. Wij moesten dit ook geloven, want nog een keer niet op een hoofdtoernooi aanwezig, dat zou te veel zijn. Dat dan wel de overige wedstrijden gewonnen diende te worden en dat daarbij ook nog eens een bijna buitenaards aantal doelpunten gemaakt diende te worden, dat was zorg voor later. Wij vergeten voor het gemak het feit dat het toch al weer 6 jaar geleden is dat Nederland op de 1e plaats stond op de wereldranglijst. Wij verdringen dat wij in die zes jaar van plek 1 naar plek 36 zijn afgezakt.

Nederland heeft lang gedacht een gidsland te zijn. Wij wisten hoe het spel gespeeld moest worden. Onze toptrainers deden aan ontwikkelingswerk. Dat alles is nog niet eens zo heel lang geleden, want nadat Danny Blind de pijp aan Maarten gaf, was het binnen halen van een buitenlandse coach toch echt taboe. Wij wisten hoe het zat en hadden alles in huis om het debacle af te wenden.

Aan Einstein wordt de volgende zinsnede toegeschreven:
Je kunt een probleem niet oplossen met de denkwijze die het heeft veroorzaakt
Bij het zoeken naar oplossingen is de KNVB, in al haar wijsheid, op zoek gegaan naar oplossingen binnen het eigen, bekende, netwerk. Wij kunnen niet zeggen dat dit nu direct het gewenste resultaat had, maar wie maalt daar om. Veranderingsprocessen nemen nu eenmaal tijd. Keulen en Aken zijn ook niet op een dag gebouwd. Het probleem is misschien wel de snelle behoefte bevrediging. Er moet resultaat zijn en wel morgen. Opvallend aan al dat resultaat is dat het maar moeizaam gaat, op het moment dat er een resultaat neergezet moet worden. Eerlijk is eerlijk, uit het rapport ‘Winnaars van morgen’ blijkt dat er over de eigen schutting heen is gekeken. Ook is er duidelijk sprake van een langere termijn visie. Het gaat ook niet om de winnaars van nu, maar om de winnaars van morgen. Toch zitten in dit rapport een aantal hardnekkige miscalculaties. Want waarom is het belangrijk om vast te houden aan de eigen voetbalcultuur? Is onze eigen voetbalcultuur anno 2017 dan zaligmakend? Verder komt in dit rapport ook de winning mindset als een soort heilige graal bovendrijven. Wij kunnen in Nederland niet meer winnen. Plat gezegd, onze kinderen zijn watjes, verwend, ze weten niet meer dat voetbal om winnen draait.

Ik vond dat een bijna schokkende constatering. Niet omdat ik het herkende en van mening ben dat dit ook de missing link is, nee het schokkende zat ‘m er in dat ik in de jaren dat ik langs de lijn bij het voetbalveld sta zelden tot nooit een coach, een ouder, tegenkom die winnen niet prominent tot eerste en enige aandachtspunt heeft verheven. Sterker nog. Ik ben coaches, ouders ook, tegengekomen die tegen hun team, hun kind te keer gingen omdat de wedstrijd verloren was, het kind een fatale fout had gemaakt waardoor er alsnog verloren werd. Hebben wij geen winnaarsmentaliteit? Man, dat winnen wordt ons vanaf een jaar of 4 met de paplepel ingegoten. Wij creëren spelers die niet meer zelf oplossingen durven te bedenken omdat ze bang zijn om het fout te doen. Wij creëren kinderen die fouten maar het liefst mijden. Hoezo moeten wij werken aan een winning mindset? Wij hebben er iets te veel van.

Natuurlijk gaat het in de sport om winnen en verliezen. De focus op winnen en het ontwikkelen van vaardigheden in de sport staat echter op gespannen voet. Dit is niet nieuw, dit weten wij eigenlijk al heel lang.  Wij associëren de winnaarsmentaliteit vaak met de atleten uit de Verenigde Staten. Voor hen is schitteren op de Olympische Spelen de ultieme droom. Nu is er, juist in dat land, onderzoek gedaan naar het effect van gaan voor het resultaat. In een artikel van Christopher Munsey, op de website van de American Psychological Association, wordt een onderzoek aangehaald dat Richard E. Smith, professor aan de Universiteit van Washington, begin jaren 70 van de vorige eeuw uitvoerde.

“The best way to maximize performance is by creating an environment in which athletes are having fun, are highly motivated, they’re trying to improve, they’re giving maximum effort, and you have a good relationship with them, so they’re more likely to listen to what you tell them,” aldus Smith. “That’s the way you get to winning.”

Smith en Smoll zijn van mening dat winnen en verliezen onderdeel uitmaken van de sport. Trainers en coaches moeten goed begrijpen wat dit betekent voor de individuele spelers. Smith en Smoll benadrukken echter altijd dat bevordering van plezier, het terugdringen van de angst en het verbeteren van prestaties een team zijn beste kans voor succes geeft (Journal of Sport and Exercise Psychology, Vol. 29, No. 1).

Met andere woorden, plezier, het terugdringen van de angst het fout te doen, de focus op de verbetering van de uitvoering, vergroot de kans dat een speler, een team, succesvol zal zijn. De winnaars van morgen zijn dus die kinderen, die jeugdigen, die spelers die fouten mogen maken, die plezier hebben in wat zij doen en die voortdurend bezig zijn met zelf beter te zijn dan dat ze de dag, de week, daarvoor waren. Zij zijn dus getraind door trainers die deze spelers uitdagen zich zelf te verbeteren, die begrijpen dat fouten maken niet vermeden moet worden maar hoort bij de ontwikkeling. Zij zijn getraind door trainers die plezier centraal stellen. Einstein had het nog niet zo heel verkeerd.

Geplaatst in Coachen, groei mindset, Peakperformance, Psychologie, Spelplezier, Sport, Talentontwikkeling, voetbal | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

De piramide

Als arbo adviseur was het, de afgelopen 17 jaar, een uitdaging om de aandacht voor, de kennis over, veilig en gezond werken bij de collega’s op de werkvloer tussen de oren te krijgen. Arbo was regelmatig iets van; ‘O ja, die wet‘ en ‘Ja, daar doen wij zeker aan, het staat daar in de kast.’
Waarna iedereen over ging tot de orde van de dag en het wachten was op een incident.
Ging het vaak fout? Dat viel eerlijke gezegd reuze mee, maar of dat nu kwam omdat hier nu zwaar nagedacht was over risico’s?
Mijn collega’s op de afdeling, op de locaties, de handen aan het bed of aan het stuur, werden primair gedreven door de wil om goede zorg te leveren. Dat daar ook nog zoiets iets was als een Arbowet en dat er ook nog misschien wel een Inspectie SZW mee wilde kijken? Hoezo?  Ik was er van overtuigd dat ik, als ik in staat was om de aandacht voor arbeidsomstandigheden, voor veiligheid, kon koppelen aan die primaire drijfveer, de aandacht voor goede arbeidsomstandigheden, voor veiligheid, niets meer was, dan onderdeel van hun werk. Ik heb in die periode gepoogd om de aandacht voor arbeidsomstandigheden, voor veiligheid, te koppelen aan de kernwaarden van de organisatie. Deze kernwaarden waren duidelijk zorg gericht, want dat was waarop wij op aarde waren. In de Ri&e’s in documenten probeerde ik die kernwaarden te verwerken. De Ri&e werd niet meer de verplichte sessie met een digitale vragenlijst, maar werd een workshop. Het bijzondere aan die workshops was dat sommige collega’s zeiden:
‘Was dit de Ri&e? Dit ging toch echt over mijn werk!”
Lees verder

Geplaatst in Coachen, groei mindset, Groepsproces, Psychologie, Spelplezier, Sport, voetbal, Volleybal | Tags: , , , , , , , , , , , , , | 2 reacties

Jongens moeten ravotten

Toen ik nog jong was, zo’n 50 jaar geleden speelde wij op de Vilters. De Vilters was een groot stuk braakliggend terrein waar anno 2017 menig projectontwikkelaar kwijlend bij had staan kijken. De Vilters was geen weiland, maar een groot stuk, onontgonnen land, met gras, struiken, hier en daar een boom. Een stukje grond dat er bij lag om ontdekt te worden en dat deden wij dan ook. Menig oorlog werd daar uitgevochten, hutten gebouwd, loopgraven gegraven en niemand die daar iets van zei. De regels bepaalde wij zelf. Was je gezien dan was je dood en in je hut, onder de grond, was je vrij. Het was fantastisch. Was het dan altijd leuk? Nee, als Wanne of zijn grotere broer meededen was het heibel. Zij wilde altijd de baas zijn en dat betekende altijd ruzie. Een blauw oog naar huis, een natte washand er op en de dag erna gewoon naar school.  Zelden of nooit deden er meiden mee. Meisjes waren stom, die hoorde er pas later bij. Daar speelde je in ieder geval nooit oorlogje mee, daar klom je niet mee in bomen, graafde je geen loopgraven mee, maakte je geen hutten mee.

Heel recent startte SIRE een campagne waarin gepleit wordt om jongens weer jongens te laten zijn. Jongens moeten stoeien, moeten in bomen klimmen, moeten hutten bouwen. Jongens moeten meer ravotten. De SIRE campagne legt een groot leed bloot. Tenminste dat doet het voorkomen, want waarom overheidsgeld besteden aan jongens die weer moeten leren om te ravotten? Het riep bij mij het beeld om van de huiler, aangespoeld op de kust bij Harlingen, zijn moeder kwijt, weer op krachten gekomen bij Lenie ’t Hart, die nu toch echt weer uitgezet moest in de vrije natuur om daar te leren wat het echte leven van een zeehond inhoud. Waarom moet SIRE nu een campagne optuigen om jongens weer aan het ravotten te krijgen? Zijn dan geen jongens die niks hebben met bomen klimmen, hutten bouwen, die niks hebben met ravotten en als ze bestaan, zijn dat dan mindere jongens? Mankeren die dan wat? Omgedraaid, zouden er meiden bestaan die niks met barbie hebben en die misschien in bomen klimmen, door loopgraven struinen, oorlogje voeren misschien wel fantastisch vinden? Als ze bestaan, zijn die dan minder meisje? Op dit moment wordt het EK voetbal voor vrouwen in ons land gespeeld, Het moest zo zijn. Ik heb van Oranje alle wedstrijden gezien en nog wat meer en ik weet echt 100% zeker er lopen daar echt een aantal meiden rond die vroeger weinig met poppen hadden en die ravotten echt fantastisch vonden. Hebben die meiden een serieus probleem? Aan de hand van de kijkcijfers, de marsen door de speelsteden te zien, denk ik van niet. Misschien zou SIRE eens een campagne moeten optuigen waarin wij leren dat ieder mens uniek is, ieder mens bijzonder en dat wij mensen wat minder over een kam moeten scheren.

Geplaatst in Beleid, Politiek, Psychologie, Spelplezier, Sport, voetbal | Tags: , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

De Zondebok

In teams waarin gepest wordt, kan het voorkomen dat het slachtoffer afhaakt, stopt met zijn of haar sport, zonder dat het onderliggende probleem daadwerkelijk is opgelost. Dit is als een zwerende wond, die hoe langer je deze niet behandeld, meer pijn gaat doen, meer gaat ontsteken.

Een groep waarin gepest wordt, waarin iemand structureel als zondebok gezien wordt, zal gaan leren dat het kennelijk loont  om iemand buiten te sluiten. Het wordt normaal om iemand die je, zo op het oog niet nodig hebt, te kleineren, buiten te sluiten, aan de kans te zetten. Want vroeg of laat haakt die af, probleem opgelost.
Er ontstaat echter een patroon in gedragingen, er ontstaat een groepscultuur. Deze groepscultuur is onveilig. Zelfs als de vereniging besluit om de pester naar een ander team over te plaatsen, omdat de dader nu eenmaal goed is in zijn of haar sport, zal er iemand op staan die deze rol overneemt. Als het slachtoffer afhaakt omdat hij of zij er niet langer tegen kan, zal er niets veranderd. Er wordt een nieuw slachtoffer gezocht. Er wordt namelijk niets gedaan aan het onderliggende probleem, aan de wijze waarop de groep samenwerkt.  Het slachtoffer, heeft geleerd dat groepen onveilig kunnen zijn, dat je buiten gesloten kan worden en zal een volgende keer zijn of haar gedrag daarop aanpassen. Wat de kans vergroot dat gedrag zich herhaald. De dader heeft geleerd dat gedrag loont en de kans dat dit gedrag in een volgende setting zich herhaald is aanwezig. Onveilig gedrag dat in een groep begint kan zich, als er niet wordt ingegrepen, over de gehele vereniging verspreiden. Lees verder

Geplaatst in Coachen, Groepsproces, ongewenst gedrag, Pesten, Spelplezier, Sport | Tags: , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen