De Zondebok

In teams waarin gepest wordt, kan het voorkomen dat het slachtoffer afhaakt, stopt met zijn of haar sport, zonder dat het onderliggende probleem daadwerkelijk is opgelost. Dit is als een zwerende wond, die hoe langer je deze niet behandeld, meer pijn gaat doen, meer gaat ontsteken.

Een groep waarin gepest wordt, waarin iemand structureel als zondebok gezien wordt, zal gaan leren dat het kennelijk loont  om iemand buiten te sluiten. Het wordt normaal om iemand die je, zo op het oog niet nodig hebt, te kleineren, buiten te sluiten, aan de kans te zetten. Want vroeg of laat haakt die af, probleem opgelost.
Er ontstaat echter een patroon in gedragingen, er ontstaat een groepscultuur. Deze groepscultuur is onveilig. Zelfs als de vereniging besluit om de pester naar een ander team over te plaatsen, omdat de dader nu eenmaal goed is in zijn of haar sport, zal er iemand op staan die deze rol overneemt. Als het slachtoffer afhaakt omdat hij of zij er niet langer tegen kan, zal er niets veranderd. Er wordt een nieuw slachtoffer gezocht. Er wordt namelijk niets gedaan aan het onderliggende probleem, aan de wijze waarop de groep samenwerkt.  Het slachtoffer, heeft geleerd dat groepen onveilig kunnen zijn, dat je buiten gesloten kan worden en zal een volgende keer zijn of haar gedrag daarop aanpassen. Wat de kans vergroot dat gedrag zich herhaald. De dader heeft geleerd dat gedrag loont en de kans dat dit gedrag in een volgende setting zich herhaald is aanwezig. Onveilig gedrag dat in een groep begint kan zich, als er niet wordt ingegrepen, over de gehele vereniging verspreiden. Lees verder

Geplaatst in Coachen, Groepsproces, ongewenst gedrag, Pesten, Spelplezier, Sport | Tags: , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Zonder coach

Jaren geleden, ik denk midden jaren 80 van de vorige eeuw, vertelde een Amerikaanse volleybalcoach mij dat coaches eigenlijk overbodig zijn. Plat gezegd kwam het er op neer dat er geen groep ter wereld is die zich zelf zo grenzeloos overschat als de sportcoach. De man was niet dronken, was ervaren in zijn vak en had goed over alles nagedacht. Als voorbeeld noemde hij de skaters, de freerunners, jongens en meisjes die echt niet met een trainer en een coach dagelijks aan de slag zijn maar wel, geheel volgens eigen regels, geweldig mooie sport laten zien. In een recent artikel van Michiel de Hoog (De Correspondent) komt sportpsycholoog Thomas Waanders aan het woord. Waanders benoemd de volgende observaties:

  • Bestuurders pronken op Facebook en Twitter met resultaten van jeugdteams, ook al weten ze dat die weinig zeggen over later succes.
  • Trainers voelen de druk om te moeten winnen en nemen beslissingen die spelers niet helpen in hun ontwikkeling – bijvoorbeeld door jonge, laatrijpe kinderen minder speeltijd te gunnen.
  • Spelers verzwijgen dat ze geblesseerd zijn of thuis problemen hebben. Omdat ze bang zijn niet opgesteld te worden.
  • En op het veld durven ze vaak zichzelf niet te zijn. ‘Veel jeugdspelers hebben last van faalangst,’ zegt Waanders. ‘Ze vermijden bijvoorbeeld het geven van riskante passes, zodat ze dan in elk geval geen balverlies lijden.’

Wij zijn bezig met het korte termijn succes in plaats van lange termijn ontwikkelen. Als gevolg van deze keuze zijn we druk bezig om fouten juist te vermijden én kiezen wij vaak voor de oudere kinderen in een lichting.

Onderzoek wijst uit dat prestatiegericht opleiden niet leidt tot succes op latere leeftijd, terwijl een procesgerichte scholing daar vaak wel toe leidt. Voor kinderen telt er maar een ding en dat is plezier. Er moet geen afrekening op gemaakte fouten plaatsvinden. Fouten maken hoort er bij, dit zijn juist de momenten om je grenzen te verleggen. Volwassenen denken in goed en fout, in winnen en verliezen.  Kinderen zijn daar nog helemaal niet mee bezig. Hoe paradoxaal het ook klinkt maar om later op een goede manier met winnen of verliezen bezig te kunnen zijn moeten ze zich daar in de ontwikkeling juist absoluut niet druk om maken. Kinderen moeten fouten kunnen maken, moeten dagelijks nieuwe dingen kunnen ontdekken, uitproberen. Om er zelf achter te komen wat werkt en wat niet werkt. Sommige denkbeelden, overtuigingen, ideeën, gedachtes zitten zo in ons systeem, dat het moeilijk is om ze los te laten. Dat is de grootste uitdaging van volwassenen, van ons als trainer, als coach. Dat betekent dat wij naar andere mensen moet luisteren, andere visies omarmen, misschien moeten wij accepteren, met al onze ervaring, dat wij nog niet alles kunt weten en dat wij, om de ander te laten groeien, ze kunnen loslaten.

Geplaatst in Beleid, Coachen, groei mindset, selecteren, selectietraining, Spelplezier, Sport, Talentontwikkeling, Trainen, voetbal, Volleybal | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

De bank is mijn redding

Vroeger zei ik vaak tegen mijn wisselspelers, dat zij mijn beste spelers waren. Want als je wel beschouwd, wanneer zet je veelal een wisselspeler in? Als het minder goed loopt met je team. Wat verwacht je dan eigenlijk van deze wisselspeler? Dat hij het tij weet te keren. Dat hij het beter doet dan de speler die je oorspronkelijk in de basis had gezet. Nu is dat natuurlijk een dooddoener eerste klas, want welke coach zet nu werkelijk zijn echt beste spelers op de bank, behoudens dan wellicht tegen een onthutsend zwakke tegenstander. Ook van Bronkhorst startte vanmiddag gewoon met zijn beste 11 spelers. Never change a winning team, maar waarom zou je niet terug willen vallen om een geweldige topper op de bank. De eerlijkheid gebied te zeggen dat Feyenoord natuurlijk Kuyt op de bank had, maar die zit ook niet voor niets op de bank.

Hoe win je nu een wedstrijd en welk wisselbeleid past daarbij. Ik ging vroeger uit van het principe dat iedereen, over een heel seizoen, evenveel speelde. Volleyballen leer je door het te doen, niet op de bank. Dat betekende niet dat Iedereen ook in elke wedstrijd evenveel speelde. Het kon zelfs gebeuren dat iemand uiteindelijk niet speelde. Ik paste mijn basisteam aan, aan mijn tegenstanders. Als wij tegen een minder goede tegenstander speelde, dan startte ik met een andere basis, dan tegen de nummer 1. Behalve het winnen van de wedstrijd zijn er natuurlijk legio andere redenen te bedenken die bepalen wat jouw wisselbeleid is. Je zou er ook voor kunnen kiezen om jongere spelers in te passen. Die kan je, bewust in zetten tegen juist de sterkere tegenstanders. Je kan ze ook en ook net zo bewust inzetten tegen minder goede tegenstanders.

Welk wisselbeleid je ook toepast, leg uit wat je doet. Waarom staat iemand in de wissel, waarom haal je iemand er uit of zet je iemand er in. Leg uit wat je doet. Coachen is communiceren, met je basisspelers, maar óók met je wisselspelers.

Geplaatst in Beleid, Coachen, Groepsproces, Spelplezier, Sport, voetbal, Volleybal | Tags: , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Huiswerk

Het seizoen loopt op z’n eind, veel jongens die dit jaar examen doen, of nog een aantal belangrijke toetsweken hebben. Omdat school natuurlijk voor sport gaat, wordt er regelmatig afgezegd. Als gevolg hiervan heb je als trainer de groep geregeld niet compleet, wat weer gevolgen heeft voor de motivatie van anderen. Dit is niet een scenario dat strikt alleen op dit seizoen te plakken is, het is een terugkerend fenomeen. Ik geloof ook niet dat ik de enige ben met dergelijke ervaringen. Ouders sturen hier en dat is begrijpelijk stevig op. Niet iedereen haalt de top in zijn of haar sport, je sport maar een beperkt deel van je leven en een diploma is simpelweg belangrijker.  Nu wil ik geen knuppel in het hoenderhok gooien maar ik denk dat er ook iets anders speelt.
Lees verder

Geplaatst in Spelplezier, Sport, Trainen, voetbal, Volleybal | Tags: , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Een Totti

‘Een Totti doen’ dat is bijna een begrip.

Totti is natuurlijk een begenadigde voetballer. Francesco groeide op bij AS Roma en zou daar ook zijn gehele carrière blijven spelen. Uiteindelijk schopte hij het tot het nationaal elftal. Tot de Azuri. In 2000 behaalde Totti met Italië de finale van het EK in Frankrijk. Na 55 minuten scoorde Delveccio de 0-1. Op dat moment was deze stand niet eens onverdiend. Italië wist deze stand ook tot het eind van de reguliere speeltijd te verdedigen. Nog een paar minuten blessuretijd en veel zou de scheidsrechter niet bijtrekken was de verwachting en dat zou Italië de titel binnen halen. Om tijd te rekken, ging Totti bewust en vrij opzichtig buitenspel staan. Dit leverde hem in de 90e minuut notabene een gele kaart op. Kan gebeuren zou je zeggen, maar zijn actie was symptomatisch voor de spelopvatting van de ploeg van Dino Zoff. Ze waren op het eind niet meer bezig met een normale uitvoering van het spel, maar alleen met dat ultieme doel, de titel. Een titel die nu zo dichtbij leek. Niet was echter minder waar. Italië was alleen bezig met het resultaat en verloor daardoor de controle over de wedstrijd. Trezzequet scoorde na de gele kaart voor Totti, in blessuretijd de 1-1. Drie minuten laten scoorde Wiltord de Golden goal,  2-1 voor Frankrijk. De Kuip, waar deze memorabele EK finale werd gespeeld explodeerde.

Het Italiaanse team was zo druk met de mogelijke titel, zo druk met het resultaat, met strategieën om dat resultaat ook binnen de boord te slepen dat zij vergaten waar het om ging, namelijk voetbal. De ploeg van Dino Zoff was niet de eerste en zal ook niet de laatste ploeg zijn die gaat voor het resultaat en juist daardoor het gedroomde doel niet weten te behalen. Zo ging Feyenoord eerder dit seizoen met de billen bloot tegen Sparta. Ajax dat later dat weekend uit tegen Groningen moest spelen, kon profiteren. Groningen uit, wat kon er mis gaan? Het ging mis. Als je gaat voor het resultaat, vergeet je hoe het uitgevoerd moet worden, zei Anky van Grunsven ooit in een interview.

Totti blijft een fantastische voetballer, maar hij blijft ook een van voorbeelden van spelers die resultaat centraal zette en daardoor dat gedroomde resultaat niet behaalde.

Geplaatst in Coachen, Psychologie, Sport, voetbal | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Naar links en naar rechts kijken

Ik ben brildragend, of misschien beter, ik draag contactlenzen. Nadat ergens op de middelbare school bleek dat ik niet goed op het bord kon kijken bleek ik al op jonge leeftijd een hulpmiddel nodig te hebben om door het leven te komen. Nu klinkt dat dramatischer dan het is, maar toen vond ik dat echt vreselijk. Het duurde dan ook niet lang voordat ik besloot over te stappen op contactlenzen. Genoeg over mijn handicap.

Wat mij al vroeg opviel was dat ik niet twee even slechte ogen had. Mijn rechteroog is wat beter dan mijn linker. Nu kon ik mij vergissen, maar mij viel op, dat ik niet de enige was. Hoe zou het toch komen dat mijn beide ogen niet even slecht waren? Ik kon er niets aan doen, maar moest denken aan het feit dat ik ook niet met beide handen even handig ben en ook niet zowel links als ook rechtsbenig ben. Waarom draaide ik altijd, in een drukke ruimte, mijn linkeroor naar de spreker om het beter te kunnen verstaan? Zou ik naast een voorkeur hand, een voorkeursbeen ook een voorkeursoor en – oog hebben?

Veel later kwam ik er achter dat dit feitelijk zo is. Ik ben rechtshandig en kan met rechts alles een stukje beter dan met links. Ik kan wel leren ook met links te schrijven, maar het blijft behelpen. Natuurlijk zijn er omstandigheden waaronder ik toch mijn linkerhand gebruik. Als ik de dop van een fles frisdank wil losdraaien pak ik de fles in mijn rechterhand en draai ik met mijn linkerhand de dop los. Ik ben daarin tegen linksbenig. Vraag mij niet om een bal met rechts te schieten, want dat ziet er onbeholpen uit. Als ik op de fiets stap zwaai ik mijn linkerbeen ook over het zadel. Mijn rechterbeen is mijn standbeen.

Terug naar mijn ogen. Hoe zien wij?
Wanneer er licht op je ogen valt komt dit terecht op je netvlies. Dit zit achter in je oog, aan de binnenkant van je oogbol. Het netvlies bestaat uit kegeltjes en staafjes die het licht opvangen en omzetten naar een elektrisch signaal. Dit signaal wordt vervolgens via de optische zenuw naar de visuele cortex in de hersenen vervoerd. Het beeld wat via een oog binnenkomt is eigenlijk een 2D plaatje. Het is daarom de taak van je hersenen om er een 3D beeld van te maken zodat je diepte kunt zien.

Er zijn twee belangrijke factoren die meespelen bij diepte zien. De eerste komt van je oogspieren. Namelijk, wanneer een object dicht bij je staat moeten je oogspieren harder werken (accomoderen) om het object scherp te zien dan wanneer het object ver weg staat. Dit is één informatie bron waar de hersenen gebruik van maken.

De tweede factor hangt samen met de overlappende gezichtsvelden van de ogen. Aangezien beide ogen een vrij breed gezichtsveld hebben (kijk maar eens recht naar voren en probeer dan de omgeving aan de zijkant waar de nemen, dit gaat best ver!), is er ook overlap tussen de gezichtsvelden van beide ogen. Hierdoor ziet bijvoorbeeld je linkeroog hetzelfde object als het rechteroog, alleen vanuit een iets ander perspectief. Omdat beide ogen een object vanuit een iets ander perspectief zien, ontstaat er een klein verschil tussen wat je linkeroog en wat je rechteroog ziet. Dit kleine verschil is voor de hersenen juist heel erg relevant. Want hoe dichter je bij een object staat, hoe groter dit verschil is. En deze informatie kunnen de hersenen gebruiken om een inschatting van de diepte te maken.

Wij zien dus diepte in de overlap van de twee gezichtsvelden. In de periferie is dat dus lastiger. Je zou je kunnen voorstellen dat een keeper bij een voorzet van de linkerkant natuurlijk moet kijken naar de positie waarvan de bal geschoten wordt, maar tegelijkertijd moet het het strafschopgebied dichterbij in de gaten moeten houden.

horizontaal perifeer zicht

Stel dat de keeper, zoals hierboven, een right motor eye heeft, ziet hij de bal dus later dan de bal die van rechts wordt geschoten. Hij kan zijn hoofd volledig in de richting draaien waaruit de voorzet verwacht wordt, maar mist dat wellicht het gebeuren naast zich in het strafschop gebied.

Een rechtsbuiten die langs de zijlijn loopt, een bal van linksachter krijgt aangespeeld, zou deze wel eens later kunnen zien, als hij een right motor eye heeft. Misschien moet hij wel anders lopen, of wellicht aan de andere kant van het veld moeten spelen?

Wij trainers denken vaak in het groot, in vaste patronen en oplossingen. Zou het goed zijn om meer uit te gaan van het individu en daarop ons spel baseren in plaats van dat wij onze spelers aanpassen aan het spel?

Geplaatst in neurotraining, Sport, Trainen, voetbal | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Een Lichting

“Het is nu eenmaal een slechte lichting. Ze hebben gewoon de pech dat de lichting boven hen erg goed is. Keer op keer wordt die lichting kampioen.”
De trainer van de tegenstander snapt het probleem. Zij hebben dat ook met hun O16 lichting, een erg matige lichting die er eigenlijk steeds tegen aanloopt dat O19-1 zó sterk is. Ik zit er bij en hoor het, met stijgende verbazing aan. Doen wij de individuele spelers hiermee niet te kort? Is praten over een team als zijnde het een lichting, niet iets te veel van dik hout zaagt men planken?

Als wij de Van Dale er op naslaan is een lichting een generatie. Dat is nogal een grote groep. Nu zijn wij over het algemeen gewend om mensen in hokjes te stoppen. Wij hebben behoefte aan overzicht. Het zijn de Moslims, de Boeren, de Chinezen, de Katholieken. Moslims passen zich niet aan, aan onze westerse waarden en zijn over het algemeen terroristen. Boeren praten plat, hebben een niet al te hoge opleiding genoten en stemmen over het algemeen CDA. De Chinezen zijn introverte mensen, en maken deel uit van een hechte, gesloten gemeenschap en elke Chinees is eigenaar van een restaurant of werk in zo’n restaurant.  Katholieken komen allemaal uit grote gezinnen. Het zijn vrolijke mensen, die eigenlijk vrij weinig weten van de Bijbel en o-ja, elke Katholieke priester is eigenlijk doet het met kleine kinderen.

Zo’n opsomming is eigenlijk bizar Eigenlijk weten wij allemaal dat de werkelijkheid anders is. Mensen maken onderdeel uit van een groep, maar zijn niet de groep. Ieder mens is anders, ieder mens is uniek. Een elftal is geen lichting en iedere speler in een elftal is anders, reageert anders, speelt anders en is op zijn of haar manier bijzonder. Hoe kan het dan zijn dat er objectief elftallen zijn die regelmatig een seizoen mee maken waarin zijn veel wedstrijden verliezen? Seizoenen waar in alles tegen lijkt te zitten. Om daar zicht op te krijgen is het belangrijk je te realiseren dat een speler niet in het luchtledige functioneert, dat een elftal niet op een eiland verblijft, dat er veel aspecten zijn die maken dat het team functioneert zoals het functioneert. Als je een team hebt met erg jonge spelers, eerste jaars en je speelt in de competitie tegen teams die grotendeels bestaan uit tweede jaars spelers, dan heb je het zwaar. Als je slechts 1x per week traint en al jouw tegenstanders trainen 2 of zelfs 3x per week dan heb je het zwaar. Je hebt wekelijks minder mogelijkheden dan al jouw tegenstanders om te oefenen. In 1985 werd ik met een team bestaande uit grotendeels 1e jaars D spelers 3e van Nederland. Wij trainde toen 1x per week. Het jaar daarna werd ik, met een nieuw team, 8e van Nederland. Wij bereikte wel weer de eindronde van het Nederlands Kampioenschap, maar in de finale konden wij geen potten breken. Wij trainde nog steeds 1x per week. Onze tegenstanders in de eindronde van 1986 trainde echter 2 of zelfs 3x per week. Het jaar daarna bereikte ik niet eens de eindronde van het NK. Was dit dan plots een slechte lichting? Nee, in het geheel niet. Het was ook appels met peren vergelijken. Ontwikkeling gaat ook niet over dergelijke grootheden. Ontwikkeling gaat over de individuele ontwikkeling en gaat over doelen die iedere individuele speler onder eigen controle heeft. Ontwikkeling gaat over zelf beter zijn dan dat je gisteren was. Dat is de uitdaging van iedere trainer, actief binnen een teamsport.

Geplaatst in Coachen, Groepsproces, Sport, Talentontwikkeling, voetbal, Volleybal | Tags: , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Bladel

Sportverenigingen, met name voetbalverenigingen hebben het moeilijk. Een club uit het Brabantse Bladel haalde het nieuws doordat pupillen geroyeerd werden als lid omdat zij te weinig loten hadden     verkocht. Half Nederland viel over deze vereniging. In de slipstream van deze onverkwikkelijke gebeurtenis ontstond er een hele discussie over verenigingen en vrijwilligerswerk.  De meest positieve speler van het gehele betaalde voetbal, Roda JC speler Nathan Rutjes, brak bij RTL Late Night, een lans voor het bestuur van deze Bladelse vereniging. Hij snapte de ophef, maar man, man, man wat is het moeilijk om anno 2017 een club goed te besturen.  Zo lopen er op de velden bij menig voetbalvereniging, als je geluk hebt, enthousiaste, goedwillende vaders, soms moeders of jeugdleden rond. Mensen zonder trainersdiploma of  anderszins relevante opleiding. Het komt ook voor dat teams bij aanvang van het seizoen in het geheel geen trainer hebben. Naast trainers, mensen die een team ook tijdens een wedstrijd zouden willen begeleiden, zijn er binnen een vereniging natuurlijk nog een veelvoud aan vacatures te vervullen.

Sportscholen doen het over het algemeen goed. Los vaste contacten, je komt binnen wanneer je wil, voor zolang je wil en het kost te tegenwoordig niet veel. De concurrentie is groot. Bij reguliere sportverenigingen kom je ze tegen, die mensen die denken dat de elke voetbalclub een soort BSO+ is. Je dropt je kinderen, ze worden bezig gehouden en een paar uur later kan je ze weer, afgepeigerd en wel, ophalen. Een soort consumentisme avant la lettre. Er zijn sportverenigingen die de kant van een verdere commercialisering zijn opgegaan. Niet zelden ingegeven door een mislukte poging tot watertrappelen bij een steeds hoger staand waterpeil. Een soort, het roer moet radicaal om of wij moeten de vereniging opheffen. Deze verenigingen nemen iemand, of meerdere mensen, in dienst. Niet zelden in nauwe samenwerking met een sponsor. Wat deze ‘beroepskrachten’ binnen de vereniging gaan doen is verschillend. Zo kunnen deze mensen meer de bestuurstaken op zich nemen. Je ziet ook wel dat iemand een taak krijgt in het ondersteunen en scholen van de minder ervaren trainers. Met een beetje creativiteit kan je ver komen. Je zou je met een beetje fantasie ook voor kunnen stellen dat je een beroepskracht aan trekt om vrijwilligersbeleid goed op orde te brengen. Deze beroepskracht zou in kaart kunnen brengen welke kennis en vaardigheden leden of ouders van jeugdleden in huis hebben. Misschien wil de persvoorlichter van het plaatselijke museum het kunstje bij de club wel herhalen? Misschien wil de barkeeper van De Kroeg, in zijn vrije tijd, nog wel een bardienstje draaien. Het zou natuurlijk ook kunnen dat hij in zijn vrije tijd echt iets anders voor ogen heeft, maar misschien is hij wel een heel goede BHV-er. Misschien werkt er wel een vader of moeder op ‘spoedeisende hulp’ en wil deze ouder wel de jaarlijkse EHBO en reanimatietraining verzorgen?

Het valt of staat met een idee. Hoe zou de vereniging georganiseerd moeten zijn? Nu maar ook over pakweg 10 jaar. Hoe ziet de vereniging er dan uit? Welke activiteiten willen wij organiseren, wat voor mensen hebben wij daar voor nodig? Hoeveel uur per week, per maand of misschien per jaar zijn deze mensen daar, per activiteit mee bezig? Hoe werven wij deze mensen? Hoe weten wij hen te binden maar ook blijvend te boeien? Blijven wij hierbij primair denken aan onze eigen inner-circle of willen wij ook andere doelgroepen, op wellicht ook andere tijden, andere momenten van de dag, de week binnen halen? Staan wij ook open voor andere activiteiten dan welke tot de core business gerekend worden? Durf je als vereniging, als bestuurder van een vereniging, voorbij de horizon te denken. Hoe zorg je er voor dat de vereniging, jouw vereniging, over laten we zeggen 10 jaar nog steeds bestaansrecht heeft?  Om ook met Nathan Rutjes af te sluiten, dat is enorm, enorm moeilijk en voordat er een idioot is die het nog in zijn hoofd haalt een haatmail of tweet te sturen naar een voorzitter van een of andere club, neem je dan ook voor om het beter te doen. Neem het over, laat zien dat je het beter kan, dat het ook anders kan!

 

Geplaatst in Meer dan Voetbal, ongewenst gedrag, Sport, voetbal, Vrijwilligers | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

Paradigma

Als aanvulling op mijn studie Hogere Veiligheidskunde, lees ik op dit moment de bestseller ‘De zeven eigenschappen van effectief leiderschap’. Een aanrader. Het boek is een aanschakeling van mooie anekdotes die de theorie verhelderen, maar die ook tot nadenken zetten. Wij kijken allemaal vanuit ons eigen referentiekader, door onze eigen bril, naar situaties.

Een aantal oorlogsschepen die voor een oefening deel uitmaakten van een eskader waren op zee bezig met manoeuvres in zwaar weer. Het was een nacht zonder maan en een dichte mist belemmerde het zicht. De kapitein van het schip dat het eskader aanvoerde stond daarom enigszins gespannen op de brug van zijn stampende schip en hield alle scheepsbewegingen goed in de gaten.
Na enige tijd meldde een wacht; “Licht aan stuurboord”.
“Recht of niet?”, vroeg de kapitein.
“Recht kapitein, met gevaar voor aanvaring”.
De kapitein riep tegen de seiner; “” Sein; aanvaring dreigt, verander uw koers 20 graden”.
Aldus geschiedde.
Er werd terug geseind; “”Advies aan u, verander uw koers met 20 graden”.
De kapitein nijdig; “Sein terug; ik ben kapitein, verander uw koers 20 graden“
“Ik ben stuurman 2e klas, was het antwoord, verander uw koers 20 graden”.
De kapitein werd woedend en schreeuwde rood aangelopen; “Sein; dit is een oorlogsschip, ik beveel u uw koers 20 graden te wijzigen !”.
Daarop kwam het signaal; “ Dit is een vuurtoren”.

En het oorlogsschip veranderde van koers.

Bovenstaande verhaal is even hilarisch als schokkend. Ik moest ook direct aan legio andere voorbeelden denken. Situaties waarbij, vanuit mijn eigen referentiekader, kijkend door mijn eigen bril, handelde en daardoor de plank volledig missloeg. Hoe vaak heb ik geen training gegeven aan een groep, waarbij ik dacht, dat een bepaalde speler totaal niet gemotiveerd was. Op basis van mijn eigen beeld van gemotiveerd aan een training deelnemen, beoordeelde ik de speler. In het geheel niet wetend wat daar achter zat. Of de speler wel of niet gemotiveerd was en wat de achtergrond van zijn handelen tijdens die bewuste training was. Zo trainde ik ooit een jochie van 11 jaar oud. Al bij de allereerste training duwde hij een ander kind voor het oog van alle aanwezigen bewust tegen de muur. Hij maakte vaak ruzie, maar ook altijd zodat iedereen het kon zien. Het was klip en klaar wat er gebeurde. Ik kon ook niet anders dan hem daar op aanspreken. Ik was niet zo’n trainer die spelers wegstuurde. Hij mocht, na een dergelijk incident, op de bank gaan zitten, waarna ik hem na enige tijd dan vroeg of hij weer normaal mee kon doen. Meestal ging het daarna goed. Een etterbakje met een dikke gebruiksaanwijzing. Het was enkele weken na onze eerste kennismaking stond hij plots, op een vrijdagavond met zijn vader bij mij thuis voor de deur. Nadat ik de deur open had gedaan en zijn vader zich had voorgesteld, vertelde hij dat zijn zoontje zijn excuses wilde maken. Dit ritueel herhaalde zich de maanden daarna, elke twee weken. Dit ritme intrigeerde mij. Een gesprek met het jochie leerde mij dat zijn vader militair was en veel in het buitenland verbleef. Hij was niet het enigste kind thuis. Het gezin telde naast hem uit nog vijf kinderen. Waar vader veelal in het buitenland verbleef, runde moeder het huishouden. Elke vrijdag, als vader thuis kwam, moest hij met zijn vader mee om zijn excuses aan mij aan te bieden. Waar ik het jochie voor die tijd als een etterbakkie zag, zag ik hem plots anders. Ga er maar aan staan. Je bent het oudste kind uit een groot gezin. Je vader is er vaak niet en als hij er al wel is, moet je met ‘m bij je trainer langs om je excuses aan te bieden. Hoewel ook in was opgegroeid in een groot gezin, was dit was een plaatje dat ik niet kende. Mijn paradigma verschoof. Ik moest, kon ook plots, op een andere manier kijken.

Een paradigma is samenhangend geheel van opvattingen, overtuigingen, theorieën, religie, bewijzen en modellen die het vigerende antwoord op een bepaalde vraag geven. Paradigma kan worden gezien als het dominante denkbeeld op een bepaald moment. Naarmate een paradigma langer bestaat wordt het als (enige) waarheid gezien en bestaat er consensus. Wij hebben allemaal te maken met paradigma’s, omdat wij op een bepaalde manier zijn opgevoed. Op een bepaalde manier ervaringen hebben opgedaan. Het woord paradigma is afgeleid van het Griekse ‘paradeigma’, wat staat voor voorbeeld of patroon. Ik ben opgegroeid in een groot gezin. Dit heeft mede bepaald wie ik nu ben. Hoe ik nu kijk en denk. Ik ben ook groot gebracht met het principe dat sport vooral ook leuk moest zijn. Dat het ook ander kon en ook anders was, dat had ik niet direct door. Een paradigma verander je ook niet eenvoudig. Belangrijker is misschien dat dat wij ons allemaal realiseren dat de bril waar wij door heen kijken ook maar één bril is. Onze waarheid is niet dé waarheid. Vandaar uit kunnen wij proberen om ook vanuit andere invalhoeken naar situaties te kijken.

fb117adafbd551434bcce082360e688f-licht-vuurtoren-eierland-texel-versus-licht-van-de-maan

Geplaatst in Coachen, Geen categorie, Groepsproces, ongewenst gedrag, Psychologie, Spelplezier, Sport, Trainen, voetbal | Tags: , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Puur geluk

“Mwa, die pass, dat was geluk, maar dat ik ‘m er nog in kreeg, dat was pure klasse!”
Kees was overtuigd van zijn eigen kwaliteiten, maar gaf tussen neus en lippen door zijn medespeler een draai om de oren.
“Maak jij geen fouten? Stond jij niet lucht te dekken bij dat tweede doelpunt?” wilde Nick weten.
“Ja, ik stond verkeerd, maar ik werd ook verkeerd gecoacht!”

Elkaar aanspreken op gedrag, zeggen als het niet goed verloopt, is prima. Als de druk hoog oploopt, prestaties achter blijven, dan neemt de druk op de groep toe. Het is makkelijk om een zondebok te zoeken en het niet over het eigen functioneren te hebben. Hier ga je als team niet beter functioneren en als je al naar betere resultaten zou willen streven, ga je die hierdoor niet bereiken.

Op de eerste plaats helpt het niet jezelf op een voetstuk te zetten. Je kan dan nog amper kritisch naar jezelf kijken. Waarom zou je jezelf verbeteren als je al geweldig bent?
Als de ander wel in staat is om kritisch naar zich zelf te kijken schiet je er nog iets mee op. De ander zou zijn coaching kunnen gaan verbeteren of zijn pass nog verder verbeteren. Het kan de ander ook onzeker maken. Als de ander het idee had dat het goed was en hij krijgt op deze wijze kritiek. Piekeren is omgekeerd fantaseren. Ik plaats van denken aan wat beter kan, ga je denken aan wat allemaal niet goed gaat. Waarbij de kans dat je hierin vast komt te zitten aanwezig is.  Je dacht immers dat het goed ging. Het omgedraaide komt ook voor.
“Ik heb liever dat jij het zegt dan iemand met het volle verstand!”
Bij zo’n reactie is de strijdbijl opgegraven. Hier wordt niet meer gedacht aan het nadenken over het nog verder verbeteren van de coaching, het nadenken over het verbeteren van de pass. Dit is met het met gelijke munt terugbetalen.

Complimenten verhogen het gevoel van eigenwaarde, het zelfvertrouwen. Het inzicht in de eigen mogelijkheden worden vergroot. De motivatie om te groeien of beter te worden worden vergroot. Een compliment helpt. Mag je dan niets meer zeggen als je vindt dat iemand het in jouw ogen niet goed doet? Natuurlijk!  Je moet dan wel aan een paar voorwaarde voldoen. Beschrijf het veranderbaar gedrag, doe dit zo concreet mogelijk.  Gebruik de ik vorm, geef aan welk effect dat gedrag op je heeft. Laat de ander ook reageren. Probeer samen tot een oplossing te komen.

Je kan ook de sandwichmethode gebruiken. Je begint met een compliment. Beschrijf wat er goed gaat. Geef daarna aan waar jij vindt dat de ander zich zou moeten verbeteren. Je eindigt daarna weer met een compliment.

Als je als team wil presteren is het noodzakelijk dat het gaat over de zaken die verbetert moeten worden. Je mag elkaar hier op aanspreken. Geef elkaar echter ook de ruimte. Zet je zelf niet op een voetstuk ten koste van de ander. Hier help je jezelf niet mee, maar de ander nog minder.

klavertjevier

Geplaatst in Groepsproces, ongewenst gedrag, Psychologie, Spelplezier, Sport | Een reactie plaatsen